Modelleer- en tekeningafspraken

Omschrijving

Modelleerafspraken voor vastlegging in een BIM Uitvoeringsplan


1.1 Specificaties voor uitwerking

Alle documenten dienen te voldoen aan de voorschriften uit het BIM uitvoeringsplan van dit project


1.2 Uitgangspunten 3D modellen

In dit project wordt gebruik gemaakt van een projectnulpunt. Voor start modelleerwerk bepaalt de aannemer de definitieve locaties van nulpunten en verwerkt deze in een
stramien- en bouwlagenmodel die als onderlegger voor het modelleerwerk geldt. Dit bestand bevat daarnaast ook eventuele Scope Boxes en Worksets in Revit.

  • - Voor ieder projectdeel (zie onderstaand) wordt door iedere partij een afzonderlijk 3D model aangeleverd in IFC formaat. De koppeling tussen afzonderlijke modellen (indien
    van toepassing) dient dusdanig te zijn dat er geen niet-toegestane clashes of duplicaten in de modellen aanwezig zijn.
  • Het de aannemer stramien- en bouwlagenmodel is leidend voor de bouwlaaghoogtes en benaming. Eventueel aangemaakte hulplevels in de modelleersoftware mogen niet
    uitgeschreven worden naar IFC. De bouwlagen liggen altijd op bovenkant afgewerkte vloer.
  • De modellen die door alle partijen aangeleverd worden bevatten alleen eigen onderdelen en geen onderdelen van andere disciplines of leveranciers.
  • de aannemer stelt een Revit template en bibliotheek ter beschikking waarin alle basisgegevens juist ingevuld zijn. Indien deze gebruikt worden heeft dit als voordeel dat er eenvoudiger aan de eisen uit dit protocol en de specificaties voor uitwerking
    voldaan kan worden. De uitwerkende partijen blijven zelf verantwoordelijk voor de output en indien elementen niet voorkomen in de bibliotheek blijven de partijen zelf verantwoordelijk om hiervoor zelf een element aan te maken met de juiste gegevens volgens de voorschriften uit
    1.1 Specificaties voor uitwerking’.
  • Het is mogelijk dat in het project extra wensen voor informatie of modelleerwijzen ontstaan. In overleg tussen het projectteam en de modellerende partij wordt bepaald hoe hiermee omgegaan wordt.
  • Demarcaties van de modellen conform paragraaf ‘1.3 Demarcatie ’.

1.3. Demarcatie ontwerpmodellen (tot omgevingsvergunning)

Bouwkundig model

Alle niet bij de constructeur behorende bouwkundige elementen die onderdeel zijn van de omgevingsvergunning (dit betekent het gebouw en daarbij behorende omliggende bijgebouwen, terreininrichtingen, enz.)

  • Sparingsopgave voor alle sparingen die niet behoren tot de installateurs (zoals schachten, rookgaskanalen, kruipluiken, enz.).
  • Alle ruimtes in een gebouw als IfcSpace met een X, Y en Z dimensie voor de gehele ruimte (dus geen platte spaces met alleen X en Y dimensies)

Constructief model

Alle elementen die onderdeel zijn van de hoofddraagconstructie (inclusief eventuele
constructieve onderdelen in de bijgebouwen en terreininrichtingen)

  • Overige hulpconstructies zoals geveldragers, borstweringssteunen, enz. (lateien uitgezonderd, deze behoren tot het bouwkundig model)
  • Prefab en ihw gestorte betonnen trappen en bordessen (vorm wordt opgegeven door bouwkundig modelleur, constructeur neemt elementen over)
  • Noodoverstorten vorm en positie n.a.v. eigen berekeningen en afstemming architect

Installatie model (door installatieadviseur)

Alle W- en E-installatie ontwerpen en separate modellen voor sparingsopgaven volgens onderling gemaakte afspraken in het project.


1.4 Duplicaten en intersecties

Het uitgangspunt is dat alle modellen op zichzelf en t.o.v. elkaar geen clashes bevatten.
Echter zullen modellen in de praktijk in de prestatiemodel fase niet 100% clashvrij gemodelleerd kunnen worden, omdat er op ontwerpniveau wordt gemodelleerd en nog niet alle detailinformatie aanwezig gemodelleerd wordt. Er is daarom een verschil tussen 'toegestane' en 'niet toegestane' intersecties.

Toegestane intersecties:

Intersecties door het detailniveau van producten in het prestatiemodel (bijv. een kozijn dat als blokje gemodelleerd wordt en clashed met een raamdorpel)

  • Wapening, koppelstaven, leidingen en andere voorzieningen die ingestort of in het werk ingewerkt worden
  • Sparingsopgaven in het ontwerpmodel
  • Staal dat ingestort wordt (bijv. een randbalk UNP)

Niet toegestane intersecties

  • Intersecties die hoeveelheden onjuist beïnvloeden
  • Intersecties die de aansturing van leveranciers/co-makers onjuist beïnvloeden
  • Intersecties die aantonen dat een element niet past binnen de dimensies van het ontwerp

1.5 Modelcontrole

  • de aannemer communiceert alleen op basis van 3D modellen.
  • Alle partijen zijn zelf verantwoordelijk dat de modellen geen niet-toegestane clashes bevatten en dat de modellen voldoen aan de specificaties voor uitwerking.
  • de aannemer voert steekproefsgewijs controles uit op niet-toegestane clashes en de specificaties voor uitwerking en verwerkt dit in issues. De partij is zelf verantwoordelijk voor de acties in de issues en dient deze (mogelijk in overleg met de aannemer) op te lossen.

1.6 2D tekeningen

  • Alle tekeningen dienen in de voor hen bestemde fase te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in het BIM uitvoeringsplan
  • Technische 2D tekeningen (PDF) mogen alleen rechtstreeks uit het 3D model afkomstig zijn. Nabewerking in bijvoorbeeld AutoCAD is zonder overleg niet toegestaan, omdat dit betekent dat informatie aan de tekening wordt toegevoegd welke niet in het model terug te vinden is.
  • Details (2D) worden vanuit de 3D elementen opgewerkt en zijn hierdoor aan het 3D model gekoppeld.
  • Tussentijdse 2D tekeningen volgen direct uit het 3D model en zijn nog niet voorzien van maatvoering en andersoortige annotaties. Echter wanneer concept tekeningen voor afronding van een fase in de planning worden gevraagd zijn deze volledig voorzien van maatvoering in annotaties, zodat dit beoordeeld kan worden.
  • Definitieve 2D tekeningen worden voorzien van de benodigde maatvoering en annotaties volgens het ‘documentenbehoefteschema’.

1.7 Versiebeheer

  • Nieuwe IFC modellen worden volgens afspraak aangeboden op het documenten systeem. de aannemer registreert vervolgens de bestanden zodat ze juist verwerkt worden.
  • 3D modellen of tekeningen die verstrekt worden ter uitwerking aan de leveranciers worden eerst vastgesteld (bevroren) door de aannemer. Voor wijzigingen op vastgestelde modellen, zie onderstaand bij wijzigingen

1.8 Wijzigingen

  • Alle wijzigingen worden alleen gedaan door de eigenaar van het model.
  • Indien er ontwerpwijzigingen zijn worden deze door de aannemer vastgesteld, dit zijn wijzigingen op vastgestelde stukken of wijzigingen die plaatsvinden op eerder vastgestelde uitgangspunten. Ontwerpwijzigingen worden altijd in overleg met of op aangeven van de modellerende partij bepaald.
  • Iedere partij is in alle gevallen, dus ook bij wijzingen, verantwoordelijk voor de gebruikelijke controle op clashes en andere zaken uit dit protocol en de specificaties voor uitwerking. de aannemer stelt de aangeleverde modellen opnieuw vast.

1.9. Kopers en huurders meer-/minderwerk

- Kopers en huurders meer-/minderwerk dient door alle ontwerpende partijen te worden verwerkt in de 3D modellen en 2D stukken. Iedere partij doet dit volgens de in de demarcatie opgenomen onderdelen bij 1.3 Demarcatie en volgens de
outputspecificaties van de 2D stukken in het ‘documentenbehoefteschema’.


1.10. Uitwisseling met leveranciers (Productiemodellen)

  • Door de aannemer wordt het 3D model (of een onderdeel daarvan: casco, schil of afbouw) in RVT of IFC verstrekt aan de leveranciers via het medium dat is voorgeschreven in.
  • De leveranciers gebruiken het aangeleverde model als basis of onderlegger t.b.v. de engineering. De kaders voor engineering zijn hierin vastgesteld volgens de specificaties voor uitwerking. Afwijken hiervan kan alleen in overleg met de aannemer.
  • Het is voor de leveranciers enkel toegestaan het aangeleverde model te gebruiken voor het project Loyd te Nijmegen.
  • De leveranciers leveren de te leveren onderdelen in de overeengekomen projectdelen (niet als losse elementen) terug als IFC bestand en indien mogelijk/gewenst als RVT. Ook hierbij zijn de bepaling onder 1.2 Uitgangspunten 3D modellen van toepassing.
  • Alle door de leverancier te leveren onderdelen moeten opgenomen worden in het model. Alleen hierdoor kan een compleet beeld van het te leveren element worden vastgesteld.

1.11. Taakgerichte en details voor aansturing bouwplaats

  • In opdracht van de aannemer worden werkinstructies opgesteld voor aansturing van de bouw. Deze tekeningen worden opgesteld vanuit 3D aspectmodellen van de leveranciers en indien nodig aangevuld met elementen uit de prestatiemodellen.
  • Werktekeningen worden alleen opgesteld met door de aannemer vastgestelde aspectmodellen. Wijzigingen na het vaststellen van modellen zijn niet toegestaan.
  • Overige informatie die op de werktekeningen komt te staan zijn maatvoeringen en annotaties o.b.v. de aanwezige geometrie en data in de modellen. Labelen wordt hierdoor gedaan door middel van zogeheten tags. Eventuele kleuren of arceringen worden ingeregeld met filters o.b.v. de gegevens uit de aspectmodellen.

Projectgroep

-

Copyright

Dit werk valt onder de Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 4.0 Internationale Licentie (Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 4.0). Meer informatie is te vinden op http://creativecommons.org/licenses/by-nc-sa/4.0/

Behandeling van

-
Logo buildingSMART Benelux
  • Document Type : Technical report
  • GUID : ACAC55F9-AD5E-4F44-BEFE-07E560CE0860
  • Identifier : -
  • Life Cycle Stage : -
  • Revision : 0.9
  • Project Status : Draft
  • Published on: Apr 28, 2022
  • Last change: May 17, 2022
  • Publisher: buildingSMART Benelux
  • Author: Ransijn, Lex

Not registered yet?

Register for the Use Case Management Service for free to access the entire document.

Registered users can use the download area and the comment functions.